header image

Erasmus

Posted by: | 16 mei 2014 | 1 Comment |

Hallo allemaal,

ik heb lang getwijfeld of ik deze blog zou schrijven, maar vandaag heb ik me bedacht dat ik het gewoon moet doen. Geen dineetjes, feestjes of verre reizen dit keer maar een blog over Europa, met als doel zoveel mogelijk mensen naar de stembus te krijgen volgende week. Ik heb zelf al gestemd, maar heb toch het gevoel dat ik dit nog even verschuldigd ben tegenover mijn studieobject (waar ik gisteren nog een tentamen over heb gemaakt) en de organisatie die mij iedere maand 220 euro betaalt om hier te kunnen studeren. Hierbij zal ik niet schrijven over vage redenen als ‘de EU heeft ons rijk gemaakt’ of ‘dankzij de EU leven we hier in vrede’ (al ben ik zelf enorm gefascineerd door het idee dat mijn Franse en Duitse vrienden elkaar pak ‘m beet 70 of 100 jaar geleden nog doodleuk hadden afgemaakt. Er is dus wel degelijk héél veel veranderd), maar om praktische, bijna tastbare dingen die ik hier heb ontdekt.

Dat stemmen was voor mij nog niet zo makkelijk. Waar alles tegenwoordig digitaal kan, gingen hier behoorlijk wat brieven heen en weer en heeft het me dus nog een behoorlijk aantal Noorse kronen gekost om uiteindelijk mijn stem uit te kunnen brengen. En toch heb ik het gedaan. Niet alleen vanwege alle redenen die ik jullie straks nog ga vertellen, maar vooral óók omdat ik hier ook mensen heb ontmoet die dat niet kunnen doen en ik me nu heel goed realiseer hoe bijzonder het is dat we überhaupt ergens voor mogen stemmen. Ik ben hier heel erg in mensenrechten gaan geloven en dit recht, dat zoveel mensen (bijvoorbeeld alleen al 1 miljard Chinezen) niet hebben, moet je dan ook gebruiken. Daarnaast gaat natuurlijk het argument op waar mijn ouders me mee opgevoed hebben: als je niet hebt gestemd, mag je ook niet klagen. En aangezien er behoorlijk wat over de EU geklaagd wordt, lijkt de boodschap hiervan me duidelijk 🙂

Afgelopen week heb ik een artikel gelezen van iemand die stelde dat de EU het meest succesvol is als je er niks van merkt. Al die dingen die hij omschreef als dingen waar je niks van merkt, zijn dingen die je alleen niet merkt als je veilig achter een dijk verstopt blijft zitten. Nu is het inmiddels wel duidelijk dat ik dat niet gedaan heb, en dus kan ik jullie precies vertellen wat ik er dan wel van gemerkt heb. Dit begint eigenlijk al op het vliegveld en het feit dat je met je ID-kaartje (of in mijn geval zelfs een keer mijn rijbewijs…) door de gates kunt. Pak een keer het vliegtuig naar Groot-Brittannië om te merken dat dit ook anders kan, maar zelfs daar krijg je met een EU-pas nog voorrang en kom je veel sneller het land in dan anderen. Nu komen de dingen die echt heel bijzonder zijn, zeker omdat ik dus ook van niet-Europeanen heb gehoord hoe het ook kan…

Op 8 augustus ben ik hier vrolijk het land binnen komen stappen. Het enige wat ik hoefde te doen, was een formulier invullen en inleveren op de universiteit (die het zou doorgeven aan de politie) met daarop dat ik hier was en dat ik ook zou blijven. De politie stuurde me daarna een brief met dat dat prima was en dat ik zo lang kon blijven als ik wil. Even ter vergelijking: mijn Canadese vriend Thoby moet uiterlijk 31 augustus het land uit zijn. De verhalen die ik heb gehoord over het aanvragen van een visum zal ik jullie besparen. Die waren nou niet echt een pretje.. Even daarna ben ik naar de Noorse belastingdienst gegaan en heb ze verteld dat ik graag een Noors ID-nummer wilde. Dat kwam voor elkaar en drie weken later had ik er één. Dit ID-nummer houd ik de rest van mijn leven, gewoon voor het geval ik ooit nog besluit weer naar Noorwegen te komen. Met dit nummer heb ik een bankrekening geopend en kan ik hier een baan krijgen, een verzekering afsluiten en al mijn zaken bij de Noorse overheid regelen. Thoby moest bewijs leveren dat hij een baan aangeboden had gekregen voordat hij zo’n nummer kon krijgen, wat hem dus behoorlijk wat meer moeite heeft gekost dan mijn metrotripje naar het belastingkantoor. Als laatste heb ik hier recht op dezelfde gezondheidszorg als een Noor, wat betekent dat ik met mijn pijnlijke voet zo naar de huisartsenpost kon gaan en uiteindelijk hier hetzelfde voor betaalde als mijn Noorse taalpartner Øyvind had moeten doen. Dit betekent dan dus weer dat de Noorse staat voor míjn röntgenfoto’s heeft betaald en dat ik ze als tegenprestatie zo’n 60 euro heb terugbetaald (nu maar hopen dat ik dat weer bij de verzekering kan claimen 🙂 ). Dit klinkt natuurlijk allemaal haast vanzelfsprekend, maar dat het dat niet is, bleek toen de Amerikaanse Nick (die mee was naar Finland) hier geopereerd moest worden. Hij was érg blij dat hij een goede verzekering had! Al deze dingen zijn voor mij en de meeste van mijn vrienden gewoon zo gegaan en zo ondergingen we ze ook. Maar heel af en toe word je even met je neus op de feiten gedrukt. Als je hoort hoeveel moeite het kost om een visum te krijgen bijvoorbeeld en je verteld wordt dat jíj die moeite dus niet hebt hoeven doen (met een vleugje afgunst erbij), of door een oud-huisgenootje dat nu een half jaar ‘opgesloten’ zit in Ierland, omdat Ierland niet met Schengen meedoet en haar visum nu dus alleen voor Ierland geldt (terwijl ze het vorige semester heel Europa door kon reizen).

Van al deze dingen staat het Erasmusprogramma dus helemaal los. Erasmusstudenten hebben een bepaalde status op de universiteit, al is het maar omdat voor ons zoveel dingen dus zo anders zijn omdat we EU (of EEA)-studenten zijn. Erasmus is echter veel meer dan die 220 euro per maand. Het heeft ook de contacten gelegd tussen alle universiteiten en maakt uitwisselingen dus niet alleen financieel, maar ook institutioneel mogelijk. Hierdoor heb niet alleen ik, maar ook meer dan een miljoen studenten voor mij de kans gekregen om in het buitenland te studeren en ik kan je vertellen dat alle clichés hierover waar zijn. Ja, je leert jezelf kennen. Ja, je leert heel veel over de wereld. En ja, je krijgt overal vrienden.

Hoewel ik mensen van over de hele wereld ken, niet op zijn minst mijn huisgenoten natuurlijk, zijn de meesten die echt vrienden zijn geworden allemaal Europeanen, net als ik. Ik heb me vaak afgevraagd waardoor dat komt en hoe het toch kan dat ik met hen op een zoveel dieper niveau klik dan met bijvoorbeeld de meeste van mijn huisgenoten (uitgezonderd van één, en die komt dan weer uit Zwitserland). Ik denk dat het komt doordat we het over een aantal principiële dingen eens zijn, dingen waar we het niet eens over hoeven te hebben: natuurlijk zijn we tegen de doodstraf en natuurlijk zijn we allemaal gelijk en hebben we allemaal dezelfde rechten (en dan zijn we het er ook nog over eens welke dat dan precies zijn). Nou, niet iedereen op de wereld denkt er dus zo over. Daarnaast kennen we dezelfde dingen: we kennen allemaal (helaas) Wilders en Le Pen, of soortgelijke politici. We zijn in bijna dezelfde plekken op vakantie geweest. We leren elkaars taal of leren dezelfde. En we betalen bijna allemaal met euro’s (wie nooit geloofd heeft dat de euro iets zou kunnen zijn dat mensen verbindt, moet eens met Duitsers, Spanjaarden en Fransen in een niet-euroland als Noorwegen gaan zitten. Binnen de kortste keren merk je dat zij de enige zijn die jou wel begrijpen als je zucht: “Weet je wel niet hoeveel euro dat is?!”. Zij knikken dan heftig, terwijl een Tsjech, Braziliaan of Japanner nog steeds niet begrijpt hoe duur iets wel niet is.). Natuurlijk zijn er verschillen: in wat we eten of hoe laat, in hoeveel lawaai we maken of in hoe we omgaan met nieuwe mensen die we leren kennen. Deze verschillen vallen echter in het niet bij de veel grotere verschillen die je bij anderen ontdekt. Je bent minder een wereldburger dan je denkt, alhoewel we dat anderen (lees: niet-Europeanen) verwijten.

Het is ons allemaal opgevallen hoe Chinezen alleen Chinezen kennen, Japanners alleen Japanners en hoe Brazilianen weten waar iedere Braziliaan in Oslo woont. Mijn Indiase huisgenoot speelt ieder weekend cricket met andere Indiërs en iedere huisgenoot die ik ooit iemand te gast heb zien hebben voor het eten, sprak zijn eigen taal (met uitzondering van eentje ja, de Zwitserse). We hebben ons daar regelmatig over verbaasd. Maar hoe zien zij ons? Zou het zo kunnen zijn dat zij (hunnie) denken dat wij alleen andere Europeanen te eten hebben? Wij vinden het heel spannend, cool en/of vermoeiend dat we de hele dag Engels moeten praten, maar praten we dat Engels eigenlijk niet met een iets meer exotische versie van onszelf? Maken we ons het er eigenlijk net zo makkelijk vanaf als de gemiddelde Japanner, maar hebben we dat gewoon niet door omdat we in een andere taal moeten spreken (die we eigenlijk allemaal behoorlijk kunnen)? Zijn wij voor ‘hunnie’ de luie Europeanen die niet eens moeite hebben hoeven doen om hier te komen en zich niet realiseren hoe bijzonder het is dat we hier überhaupt zijn? Zijn wij de verwende Europeanen die eigenlijk nauwelijks ver weg reizen omdat ze de rest van hun leven nog hebben om dit continent te ontdekken, en voor wie dat nog veel makkelijker is ook? Zijn wij de enigen die nu al plannetjes maken om elkaar volgend jaar op te zoeken, omdat dat eigenlijk best makkelijk blijkt te zijn? Hoe lui en verwend zijn we eigenlijk? Vast veel meer dan we zelf denken! Hallo, we hebben wel een motivatiebrief moeten schrijven hoor! En misschien was Oslo wel helemaal niet onze eerste keus! En mensen uit andere EU-landen krijgen meer Erasmusgeld per maand dan wijzelf, is dat niet oneerlijk? Dat valt allemaal dus wel te relativeren 🙂

Ik heb tot dusver nog geen Erasmusstudent ontmoet met wie ik het hierover had die niet zei dat ie zich nu eigenlijk veel Europeser voelde dan toen ie uit zijn thuisland vertrok. En daarom heb ik dus gestemd. Het heeft wat moeite gekost (ja zeg, ik moest twee keer een brief op de post doen! En dat al anderhalve maand voor de verkiezingen!), maar die moeite valt volledig in het niet bij wat ik allemaal had moeten doen om hier te kunnen komen als er geen Europese samenwerking was geweest. Het is wel het minste wat ik terug kan doen. Beschouw het maar als een klein tekentje van dankbaarheid voor alles wat wij als Europeanen wél hebben en wat andere wereldburgers niet hebben. Voor al die nieuwe vrienden die ik straks zo makkelijk op kan zoeken, dat we überhaupt vrienden zijn geworden! Ik realiseer me inmiddels heel goed wat het inhoudt om in dit deel van de wereld geboren te zijn en in een tijd waarin alleen maar de verschillen tussen Europese landen benadrukt worden is het denk ik extra belangrijk je te realiseren wat ‘ons’ bindt en niet wat ons uit elkaar drijft. Dat wat ons bindt is namelijk zoveel meer waard! Veel meer dan die miljarden euro’s die er verdiend worden aan de gemeenschappelijke markt!

Als Europa-student weet ik maar al te goed dat Europa niet perfect is, maar er zijn ook plekken op de aarde waarmee vergeleken de EU het paradijs is. Alles wat niet perfect is, is voor verbetering vatbaar, maar dan moeten we wel laten weten hoe we dat dan willen. En dat kan op vele manieren, maar ééntje is wel heel belangrijk: ga naar de stembus! Het ondemocratische regelmonster in Brussel wordt er echt niet democratischer of beter van als niemand dat bijzondere stemrecht gebruikt 🙂

Was getekend: één van vijfhonderd miljoen.

under: Geen categorie

1 Comment

  1. By: Anneke on 16 mei 2014 at 23:14      

    Bijna geen woorden voor…. Nou ok dan….
    Een indrukwekkende blog dit keer. Ja Marloes, natuurlijk gaan wij stemmen!!! Xx

Categories