header image

On top of the world: Trolltunga

Posted by: | 2 juni 2014 | 1 Comment |

Hei alle sammen!

Alweer een blog, want de avonturen blijven zich opstapelen. Daarnaast is het afscheid nemen ook begonnen, dus die laatste weken die inmiddels dagen geworden zijn zitten vol genoeg om me niet te hoeven vervelen. Maandagavond heb ik nog een gezellige avond gehad met Cécile, Pauline, Nick en Martin (een last-minute Duitse vriend). Cécile is de dag erna naar Frankrijk vertrokken en dus moesten we er nog even wat van maken. De avond zelf was natuurlijk gezellig, zo’n afscheid is toch minder. Stonden we daar, bij het metrostation, en dan moet je gedag zeggen. Het viel niet mee en ik denk dat het een Oscar-waardig afscheid was. Het afscheid van Evelyn in december was zwaar, maar eigenlijk was dit nog veel moeilijker. Cécile is er eigenlijk het hele jaar geweest en zeker het tweede semester waren zij en ik toch twee van drie, samen met Pauline. Om zo’n afscheid iets draaglijker te maken, bedenk je je dan dat je elkaar vast snel weer ziet en dat Frankrijk eigenlijk helemaal niet zo ver is, maar op het moment zelf heb je daar eigenlijk niet zoveel aan. Het was precies zoals iemand het op Facebook beschreef: wat begon met een simpel hallo, eindigt met een moeilijk afscheid. Zo is het dus maar net. Wie had gedacht dat de Cécile en Pauline waar Tim het over had voordat we op Friluftstreffet gingen, zo’n hoofdrol in mijn Erasmusjaar zouden gaan spelen?

Dinsdag ben ik met dezelfde last-minute Martin gaan klimmen in een klimhal ergens in Oslo. Weer zo’n wild idee dat dan uiteindelijk gewoon tot uitvoering komt. Helaas mochten we niet met de klimgordels omdat we allebei niet goed genoeg meer wisten hoe dat moest, maar we hebben ons zonder ook prima vermaakt. Zo zie je maar weer, met goed gezelschap maakt het eigenlijk niet uit wat je doet. Donderdag was het nog steeds prachtig weer (het mooiste weer in Europa, dat moet toch nog even gezegd worden) en dus ben ik met Pauline en Lucia wat gaan drinken op het terras van het restaurant waar Pauline deze zomer gaat werken. Hoewel zij allebei nog een tijdje in Oslo zijn, was dit toch de laatste keer dat we elkaar konden zien. Lucia gaat namelijk twee weken terug naar Italië voor ze hier weer heen komt voor de summer school en Pauline gaat met haar ouders op vakantie naar Lofoten en als ze terugkomen ben ik weg. Met uitzicht op het Oslo-fjord en Aker Brygge hebben we nog even kunnen filosoferen over dit jaar. We hebben geconcludeerd dat we allemaal eigenlijk erg veranderd zijn. We maken makkelijker contact met vreemden, voelen ons zekerder van onszelf en zijn een stuk avontuurlijker geworden. En onze wereld is een stuk groter en tegelijkertijd een stuk kleiner geworden. We kennen nu mensen van over de hele wereld, dus onze horizon is nu veel breder. Tegelijkertijd is die wereld een stuk meer binnen bereik. Vorig jaar had ik echt niet gezegd dat Frankrijk eigenlijk hartstikke dichtbij is. Nu wel. Vrienden in Frankrijk, Italië, Duitsland, Noorwegen of Zweden? Die kan ik nu best voor een weekend opzoeken. Vorig jaar had ik dat waarschijnlijk de moeite niet waard gevonden. Afscheid nemen van Pauline en Lucia was ook niet makkelijk, maar het ging beter dan met Cécile. Misschien omdat ik dat al gehad had, of misschien omdat ik mezelf nu zo heb ingeprent dat ik ze toch wel weer zie dat het eigenlijk maar een tijdelijk afscheid lijkt. Of misschien wel omdat ik me écht niet voor kan stellen dat het voorbij is en het lijkt alsof ik ze volgende week weer op een feestje tegenkom.

Het afscheid werd afgewisseld met een begroeting. Mijn eerste en laatste bezoeker kwam: Bobby heeft in augustus Oslo met mij ontdekt en kwam nu nog eventjes langs, waarschijnlijk om van het tropische weer te genieten :). Vrijdagochtend vertrokken we met Marcus naar Odda, een plaatsje in het westen van het land, niet ver bij Norheimsund vandaan waar ik met Sarah was. De bustocht duurde 7,5 uur, maar het was het dubbel en dwars waard. Vanuit de bus zagen we al de prachtigste landschappen voorbij komen en Odda zelf was niet alleen de eindbestemming maar ook het hoogtepunt. Odda ligt tussen twee fjorden in en door het dorp loopt een woeste rivier waardoor het water van het ene naar het andere fjord loopt. De reis begon trouwens wel leuk: we kwamen met de bus langs de IKEA waar ik Marcus heb leren kennen op dag 1. Toeval of niet? Die avond zijn we niet al te laat naar bed gegaan, want de volgende dag stond het grootste avontuur sinds Preikestolen op het programma: Trolltunga.

Letterlijk betekent Trolltunga ‘de trollentong’ en het is een van de beroemdste en coolste wandelplekken van Noorwegen (en Europa, en de wereld). Marcus wilde hier ongelofelijk graag heen en het was dus prachtig te combineren met Bobby’s bezoek, zodat ze wat meer van Noorwegen kon zien dan alleen Oslo (want, honestly, als je alleen Oslo hebt gezien, heb je eigenlijk het minst interessante deel van het land gezien). Toen Marcus ook nog eens vertelde dat het de nummer 1 plek ter wereld was om een selfie te maken, konden we natuurlijk geen nee meer zeggen. Vanuit Odda moesten we met de taxi via Tyssedal naar Skjeggedal (we waren nog buiten het seizoen, dus er gingen nog geen bussen). Daar begon de 10 uur durende wandeling. En het was een spectaculair begin. We moesten een trap op die Nick al had beschreven als ‘eindeloos’ en waarvan Borja gezegd had dat alleen gekken hem namen (hijzelf had het slingerende paadje genomen). De trap was 1,7 km lang en ging 500 meter omhoog. Dat zijn dus zo’n 3 Eiffeltorens die je op moet lopen. Het was echt waanzinnig zwaar, maar we hadden besloten de tijd te nemen vanwege Bobby haar knieproblemen en we hebben er dus een uur over gedaan. Toch had ik het idee dat dat niet eens heel langzaam was, er waren niet veel mensen die het sneller deden dan wij. Een uur traplopen: de stairways to heaven werden al snel de stairways from hell. Eenmaal boven gekomen hadden we dus pas 2 van de 11 kilometer gehad. Daarom zijn we ook redelijk snel weer doorgelopen. Na een vrij makkelijk stukje kwamen we daarna bij een andere uitdaging: nog een stuk klimmen. Geen trappen dit keer, wel een hele hoop sneeuw. Omdat het seizoen dus nog niet begonnen is, had het zo kunnen zijn dat we deze wandeling nog niet hadden kunnen doen. Gelukkig kon het wel, maar er lag dus nog steeds enorm veel sneeuw. Ik denk dat we de helft van de wandeling in de sneeuw gelopen hebben. Dan was er nog een groot stuk modder en een groot stuk trap. Al met al viel het dus niet mee. De sneeuw vertraagt best wel. Het lopen is moeilijker en zwaarder en je glijdt snel uit. Toch hebben we, ondanks dat het écht zwaar was, kunnen genieten van het uitzicht. Bergen, sneeuw, water en ondertussen prachtig weer. Natuurlijk heb ik me een aantal keer ingesmeerd, maar die avond bleek dat dat niet overal even goed had geholpen. De wandeling leek wel eindeloos en toen we dachten er bijna te zijn, verscheen er een bordje dat we nog drie kilometer moesten. Maar tanden op elkaar en doorlopen, zo zijn we er na 5,5 uur toch gekomen. Heel even leek het op een grote teleurstelling uit te draaien (wat ik zag was een mini-Preikestolen en niet de tong die ik kende van de coole foto’s), maar toen ik eenmaal op 10 meter afstand stond, zag ik dan toch de tong zelf. De wandeling bleek toch de moeite waard, want het was écht prachtig. Er waren behoorlijk wat mensen, maar iedereen wachtte keurig op zijn beurt zodat iedereen zijn eigen fantastische foto’s kon maken en het uiteindelijk op iedere foto lijkt alsof je helemaal alleen op de wereld bent. Na 11 kilometer en 5,5 uur voelt het dan toch best alsof je op het dak van de wereld bent. En natuurlijk moesten er selfies gemaakt worden, gewoon omdat het kan. Ik denk dat het een understatement is als ik zeg dat we trots op onszelf waren 🙂

Vol goede moed en vol van mooie herinneringen en prachtige foto’s begonnen we aan de wandeling terug. Weer 11 kilometer. Hoewel het iets makkelijker is om te dalen in plaats van te stijgen, is dalen in de sneeuw minder. Je kunt natuurlijk sleeën, maar de sneeuw was zo aan het smelten dat je niet helemaal zeker wist wat er overal onder de sneeuw zat. Het veiligst was dus om de sporen van anderen te volgen en even later het paadje over de rotsen te volgen. Dat viel echter ook niet echt mee, want dat zat dan weer vol met stenen en het was zwaarder voor Bobby haar knieën. Toch ging het allemaal sneller dan op de heenweg en na vier uur stonden we weer bovenaan die fijne trap. Moe en verbrand besloot ik mezelf nog één keer op te laden en zo snel mogelijk die trap af te lopen. Ik wilde uit de zon en ik wilde er klaar mee zijn. We besloten allemaal ons eigen tempo te volgen (Marcus en Bobby vonden de trap af ook een stuk enger dan de trap op) en toen heb ik mezelf een half uur gegeven om beneden te komen. Ik had ook het volledige halve uur nodig, en dat terwijl ik alleen gestopt ben om mensen die naar boven gingen erlangs te laten. Op één zo’n moment gebeurde er iets geks: de hele trap begon te schudden. Ik schrok wel even, maar kwam er al snel achter dat dat kwam door mijn linkerbeen dat aan het trillen was. Het was echt maf, ik had er totaal geen controle over. Uiteindelijk was ik iets voor 8 uur beneden en Marcus en Bobby volgden 10 en 20 minuutjes later. We zijn in totaal dus 11 uur op die berg geweest, waarvan we 10 uur hebben gelopen en 1 uur daadwerkelijk bij Trolltunga geweest zijn. Eenmaal terug in Odda (met een lege portemonnee door die taxi) hebben we bij de Noorse variant van de snackbar gegeten. Dat hadden we wel verdiend. Daarna moesten we nog omhoog door het dorp lopen naar het hostel, dat kon er ook nog wel even bij 🙂

Je kunt wel raden hoe we er de volgende dag bij liepen, alsof we zo’n 60 jaar ouder waren dan we zijn. Toch hebben we het in ons hoofd gehaald om nog een stukje te lopen om het andere fjord beter te zien. Dat was zeker de moeite waard en gelukkig was het gewoon plat 🙂 Daarna moesten we met onze bagage richting het busstation en kon de terugreis beginnen. Die duurde iets korter dan de heenreis, maar nog steeds 7 uur. En op de één of andere manier lijkt een terugreis altijd zoveel langer dan de heenreis. Uiteindelijk kwamen we om 10 uur helemaal gaar aan in Oslo. Omdat ze dit weekend gewerkt hebben aan het metrospoor moesten we ook nog eens een omweg terug naar Kringsjå maken, dus moe en voldaan waren we zeker toen we weer thuis waren. De tweede dag met spierpijn is altijd het ergst, zeggen ze, maar ik moet zeggen dat ik er vandaag nog redelijk bij liep, tenminste, als je bedenkt dat we een bergwandeling van 22 kilometer gedaan hebben. Ik wilde nog graag naar het Munch-museum en gelukkig wilde Bobby wel mee. Het is vandaag weer heel warm, dus het was ook wel fijn om even binnen te zijn. Mijn huid kan de zon echt even niet meer aan haha. De verbrandingen van zaterdag zijn de pijnlijkste sinds ik een middag in Parijs op een bankje heb zitten lezen en daarna niet meer kon lopen van de pijn, dus het was wel even goed om de zon te vermijden. Het Munch-museum had een nieuwe tentoonstelling over Munch en de natuur, wat een interessante invalshoek was. De beveiliging leek wel op die van een vliegveld, dus ik denk dat de Schreeuw niet nog een keer gestolen zal worden. Zelfs het parlement is slechter beveiligd hier haha! Daarna hebben we uitgebreid en duur geluncht, want ik moet nu van mijn Noorse kronen af (en de 900 kronen die Eva voor ons had achtergelaten waren we vergeten mee te nemen naar Odda, dus nu heb ik er nog meer…). En zeg nu zelf, dit weer en het feit dat we toch maar mooi bij Trolltunga geweest zijn is genoeg om te lunchen met aardbeien, croissantjes en een ijsje, toch?

Nu is dus officieel mijn laatste bezoeker hier weg en moet ik me zelf klaar gaan maken om weg te gaan. Ik heb Bobby nog één tas met bagage mee gegeven en verder staan er wat laatste ontmoetingen gepland. Zo moet ik Thoby natuurlijk nog een keer zien en moet ik ook nog even bij Borja langs (die hier overigens volgend jaar blijft, dus ik heb wel een logeeradresje!). Marcus vertrekt donderdag en als ik dan zaterdag terugkom uit Göteborg heb ik hier officieel bijna niemand meer. Het is dus maar goed dat ik nog even naar Zweden ga waar Sofia me eraan kan helpen herinneren hoe goed het mogelijk is om vriendschappen op afstand te onderhouden. Daar is zij namelijk het levende bewijs van! Ik denk dat het ook goed is dat ik daarna snel zelf weg ga. Oslo is niet hetzelfde zonder Cécile, Pauline, Marcus en al die anderen. Zo blijven in ieder geval alle mooie herinneringen, want dat het bijna afgelopen is, valt nu echt niet meer te ontkennen.

Hilsen,

Marloes

under: Geen categorie

1 Comment

  1. By: Anneke on 3 juni 2014 at 11:41      

    Wat een topsport! Gelukkig beloond met een heel mooi en bijzonder stukje van Noorwegen. Ik kijk uit naar je foto’s 🙂

Categories