Hei alle sammen!
De blogs volgen elkaar nu wel erg snel op, maar ik zal jullie er niet vaak meer mee lastig vallen. Ik ben net thuis gekomen van mijn allerlaatste tripje vanuit Oslo en straks vanuit Vlaardingen is er weinig om over te schrijven. Voordat ik drie dagen naar Gøteborg ging, heb ik nog een laatste diner met Marcus gehad (die donderdag naar Bonn is vertrokken voor zijn stage) en ben ik woensdagochtend nog met hem en Martin naar Vettakollen, een uitkijkpunt in het westen van Oslo, geweest. Daarna besloten we terug te lopen naar Sognsvann, wat ons uiteindelijk ook is gelukt, maar niet helemaal zoals we gehoopt hadden. Alledrie hadden we onze bergschoenen al opgestuurd, maar we hadden niet zo’n rekening gehouden met het feit dat het die nacht geregend had en we dus door de modder moesten. Die schoenen moeten dus even onder handen genomen worden met een borsteltje 🙂
Woensdagavond vertrok ik dus met de trein naar Gøteborg, een rit van 4 uur die eigenlijk niet zo lang is vergeleken met de busreis naar Odda maar die toch heel lang is als blijkt dat je niks te doen hebt, omdat alles wat je hebt meegenomen niet werkt (tja, technologie is nooit mijn beste vriend geweest, zullen we maar zeggen). In Gøteborg zou ik Sofia zien, die ik alweer twee jaar geleden voor het laatst gezien heb. Het klinkt misschien gek om minder dan een week voor mijn vertrek uit Noorwegen naar Zweden te gaan, maar eigenlijk is de cirkel zo wel rond. Ik heb (bijna) alles gedaan wat ik wilde doen en Sofia is, zoals ik in mijn vorige blog al schreef, het beste voorbeeld dat ik me kan indenken van een vriendschap over grenzen die het toch al bijna 8 jaar volhoudt. Die bevestiging was belangrijk na het afscheid van Cécile, Pauline en Marcus. Daarnaast was een reisje naar Zweden de perfecte manier om mijn Noors te verpesten. Mijn voornemen was zoveel mogelijk Noors te praten en te zien waar het schip zou stranden. Het was de ultieme test om te zien hoe veel ik geleerd had dit jaar en natuurlijk een fantastische uitdaging, omdat ik natuurlijk geen Noorse antwoorden zou krijgen. Hoewel het de eerste dag vrij vermoeiend was en we om die reden af en toe eventjes naar Engels switchten, heb ik toch het overgrote gedeelte van de tijd Noors kunnen praten. Dat ik dat kon doen en dat ik Sofia en haar tante meestal goed begreep, voelde als een enorme overwinning. Haar oom begreep ik niets van, maarja die komt uit Chili. Zweeds met een Spaans accent is overduidelijk niet mijn specialiteit 🙂
De eerste dag hebben we rondgedwaald in het centrum van Gøteborg. Precies twee jaar geleden ben ik er ook geweest, dus sightseeing was niet echt meer nodig. Toen vroeg ik me af waarom er in hemelsnaam overal Deense vlaggen hingen. Inmiddels weet ik dat het op 5 juni de Deense nationale feestdag is en dat ze dat dan doen (waarom ben ik nog steeds niet helemaal achter). Ook waren er weer de Zweedse eindexamenleerlingen die uitbundig vierden dat ze klaar waren met school. De Noorse zijn net klaar met partyen, maar de Zweden begonnen dus pas 🙂 Vorige keer, toen ik in Zweden was voor Sofia haar diplomauitreiking, was het al leuk om te zien en dat was het nu nog steeds. Ik denk dat dit, net zoals in Noorwegen, de enige keer in hun leven is dat ze zo ongestraft zo gek mogen doen. In beide landen wordt daar goed gebruik van gemaakt, dat kan ik je verzekeren! We hebben onze ogen uitgekeken 🙂 De volgende dag moesten we vroeg op want we gingen met de boot naar Denemarken, samen met Sofia’s oom en tante. 6 juni is de Zweedse nationale feestdag, maar dat wordt dus eigenlijk helemaal niet gevierd en dus maken veel Zweden van de vrije dag gebruik door naar Denemarken te gaan voor goedkoop bier en dat soort dingen. Het was een bruise cruise eerste klas, precies zoals de boot van Helsinki naar Tallinn. Na drie uur sta je in Fredrikshavn en vanaf daar zijn we met de trein naar Skagen gegaan. Na het verstaan van Zweeds, wat me dus beter af ging dan ik zelf had gedacht, was Deens uitdaging nummer 2. Ik versta al meer dan alleen de klinkers en die ik eerst hoorde, maar toch word ik nog teveel afgeleid door die gekke klanken die ze uit hun keel weten te krijgen om me te kunnen concentreren op wat ze nou misschien zouden kunnen zeggen. Ik was bijvoorbeeld al hartstikke blij toen ik begreep dat een man vroeg of we ergens heen gingen, maar uit zijn ‘Skeejn’ kon ik toch echt geen Skagen afleiden, haha! Het was enorm slecht weer en vanuit de trein zag Denemarken er eigenlijk precies zo uit als ik me Nederland herinner: plat met gras. In Skagen, wat een enorm leuk dorp bleek te zijn met allemaal gele huizen, ontmoetten we een oude schoolvriendin van Sofia die daar werkt in de visfabriek. Grappig genoeg ruikt ook het hele dorp naar vis. We hebben er rondgelopen en zijn wat winkeltjes in gegaan en zeker na de lunch (Swedish style, dus enorm en warm en bij voorkeur in een restaurant) was dat erg leuk, omdat toen de zon even van zich liet horen. Tijdens de treinreis terug naar Fredrikshavn konden we wat meer van het landschap zien, doordat het weer dus beter was geworden, en toen bleek dat het landschap toch minder Nederlands was dan ik in eerste instantie dacht. Hoewel het ook plat is, staan er minder huizen en meer bomen en bleek het gras meer een soort hei te zijn. Al met al zag het er eigenlijk best aardig uit, maar tegelijkertijd was het ook vreemd me te bedenken dat ik zes dagen eerder nog op Trolltunga stond. Terug in Gøteborg hebben we nog een klein avontuur beleefd. In het OV in Gøteborg moet je na 12 uur meer betalen voor een ticket en onze boot kwam met iets vertraging aan, waardoor het maar de vraag was of we het op tijd zouden halen. We hebben gerend en toen kwam er als een wonder heel snel een tram aan. Sofia heeft op topsnelheid kaartjes gekocht met haar creditcard en uiteindelijk hadden we op 8 en 3 seconden voor 12 onze kaartjes. Hoewel het eigenlijk om iets heel benulligs ging, was het toch heel spannend en de euforie was vergelijkbaar met het winnen van een belangrijke sportwedstrijd ofzo. Of die A die ik voor mijn EU-tentamen had! Vanochtend vertrok Sofia al vroeg met de bus en heb ik mijn laatste uren in Gøteborg doorgebracht met de scoutingvriend die ik vorige keer bezocht. Met hem heb ik alleen maar Noors gepraat en aan het eind realiseerde ik me dat dat eigenlijk net zo makkelijk ging als Frans toen ik in Frankrijk was en het Engels dat ik dit jaar met mijn internationale vrienden sprak. Er zullen ongetwijfeld meer fouten in gezeten hebben, maar naar woorden zoeken moet je in het Frans en Engels toch ook. En het feit dat ik hem of Sofia niet altijd begreep, zegt ook niet heel veel want zij begrepen mij ook niet altijd. Noors en Zweeds lijken dan wel op elkaar, de vocabulaire is soms best anders en dan kan het altijd gebeuren dat je even moet vragen wat dit woord betekent. Het feit dat zij dat ook aan mij moesten vragen, bezorgde me stiekem best een goed gevoel!
Zo eindigde mijn jaar in Noorwegen dus met een bezoek aan de broedervolken (zoals ze dat zo mooi noemen) in het oosten en het zuiden. Mijn leraar Noors had gelijk toen hij zei dat we eigenlijk drie talen voor de prijs van één kregen en ik heb een andere kant gezien van het leven van een Noor in het buitenland: niet alleen waren de prijzen een feestje, ook kon ik dus Zweden verstaan en zag geschreven Deens er wel érg vertrouwd uit na anderhalve dag van Zweedse woorden om me heen. Van een ober in Gøteborg kreeg ik het grootste compliment dat ik me had kunnen voorstellen: hij vroeg me waar in Noorwegen ik precies vandaan kwam! Een grotere beloning voor het leren en werken, had ik me niet kunnen wensen!
Mijn moeder vroeg voor de hoeveelste keer ik dit jaar mijn tas pakte, toen ik aan het inpakken was voor dit laatste minitripje. Als je mijn ‘vakantie’ in Nederland met kerst mee telt, was dat de tiende keer. Daar schrok ik zelf wel een beetje van, maar tegelijkertijd ben ik heel blij dat ik het me allemaal heb kunnen veroorloven en dat ik zoveel heb kunnen zien dit jaar. Iedere keer voelde aankomen in Oslo meer als thuiskomen en ik ben ontzettend blij dat Oslo zo’n echt thuis heeft kunnen zijn. Daarom was het ook zo vreemd om de terminal naar Oslo voorbij te lopen in Fredrikshavn en op de boot naar Gøteborg te stappen. Van tevoren wist ik niet zeker of je je wel zo thuis zou kunnen voelen als je ergens maar tien maanden bent en vanaf het begin weet dat je er ook weer weggaat. Toch is er weer een uitwisselingscliché waar: een uitwisseling is geen jaar in je leven, maar een leven in een jaar. Een leven met zijn eigen thuis, zijn eigen school, zijn eigen vrienden en zijn eigen vakanties. In die zin zal het inpakken en weggaan hier straks heel erg lijken op het inpakken en vertrekken in augustus vorig jaar, met één belangrijk verschil: nu heb ik geen idee wanneer ik weer ‘thuis’ zal komen.
Vi ses snart! / Tot snel!
Marloes

By: opa en oma Winkel on 8 juni 2014 at 13:43
Hallo Marloes, het zal ook voor ons weer even wennen zijn dat er geen blog van jou uit Oslo meer komt.We hebben ze allemaal met veel plezier gelezen en ook uitgeprint zodat we ze atijd nog een keer na kunnen lezen.Nu komt er snel een einde aan jouw verblijf in Noorwegen en dan met name in Oslo.maar het is natuurlijk ook wel fijn dat je voor ons ook weer bereikbaar bent.
we wensen je een goede reis terug naar huis en zeggen dan tot spoedig weerzien.
Groetjes van oma en opa.