header image

Far away is never too far away for friends

We started with a simple hello and ended with a complicated goodbye

You will never be completely at home again, because part of your heart will always be elsewhere. That is the price you pay for the richness of loving and knowing people in more than one place

 

Hei alle sammen!

Daar is ie dan: de laatste blog. Het is vandaag een week geleden dat ik mijn kamer in Kringsjå voor de laatste keer op slot deed en er voorgoed weg ging. Die laatste paar dagen waren weinig interessant. Er moest voornamelijk schoongemaakt en opgeruimd worden. Maandag heb ik afscheid genomen van Borja en dinsdag van mijn huisgenootjes. Mijn laatste avondmaal hoefde ik niet alleen te eten dankzij Eranda die er gezellig bij kwam zitten en Sognsvann had nog wat moois in petto voor mijn laatste wandeling. Ook had ik nog een laatste leuke ervaring met SIO, mijn huisbaas. Ze zouden om één uur komen om mijn kamer te controleren en toen stond er om 10 uur al iemand voor de deur. Gelukkig bleek dit een foutje te zijn en die vrouw heeft me zelfs een stofzuiger gebracht, ondanks dat ze die eigenlijk niet uitlenen. Met een stofzuiger gaat het schoonmaken toch een stuk sneller en toen ze om één uur weer voor de deur stond was het, op wat kleine puntjes na, goed. Met enorm veel bagage kon ik toen dus naar het vliegveld, maar gelukkig had ik daar hulp bij. Mijn flatgenootjes Chang en Minori hebben geholpen met sjouwen naar het metrostation (alhoewel ze allebei ruim een kop kleiner zijn dan ik, echt heel lief!) en vanaf daar had ik hulp van Nick die met me naar Oslo S is gegaan. Het was heel fijn om die laatste stukjes niet alleen te zijn, zo ging de tijd veel sneller voorbij en kon ik niet gaan treuren bij het laatste mooie uitzicht vanuit de metro. De reis verliep verder voorspoedig en mijn bagage kwam zelfs gewoon aan (al was ik even bang dat het niet zo was). Op het vliegveld stond mijn familie samen met Eva en Bobby me op te wachten. Dat was natuurlijk een erg leuke verrassing!

Na een beschrijving van de laatste paar dagen, leek het me leuk om even een korte (daar ben ik altijd erg goed in) terugblik op het afgelopen jaar te doen. In dat jaar heb ik (met deze erbij) 32 blogs geschreven, 60 nieuwe Facebookvrienden gemaakt, 9 keer bezoek gehad, 70 studiepunten gehaald (ja, vandaag stond mijn laatste letter online dus nu weet ik het zeker!), en 10 korte reisjes gemaakt (als je de kerstvakantie meetelt): Kopenhagen, Lom (het buitensportweekend), Stavanger, Stockholm, Tromsø, de kerstvakantie, Åland&Finland&Estland, fjord-Noorwegen, Trolltunga en Göteborg. Toen ik weg ging scheen de zon meer dan 18 uur per dag, wat betekende dat het ’s nachts eigenlijk niet echt meer donker werd. Daar stond dan weer tegenover dat toen ik er vlak voor Kerst weg ging de dagen nog geen zes uur lang waren.

Het eerste en tweede semester waren sowieso verschillend, niet alleen het feit dat de dagen korter of langer werden. In allebei de semesters heb ik ongelofelijk geluk gehad met het weer, op die twee maanden grijs na dan. In het eerste semester hoefde ik minder voor mijn vakken te lezen, maar ik moest wel weer twee essays schrijven. In het tweede semester moest ik meer lezen en doen, maar hoefden er gelukkig geen essays geschreven te worden (op dat ene take-home tentamen na). Daarbij had ik in het eerste semester meer mijn eigen kleine groepje met mensen met wie ik vaak at. In het tweede semester was dat minder, maar ben ik naar meer feestjes gegaan. Ook vond ik het in het tweede semester makkelijker om geld uit te geven, omdat ik me er uiteindelijk maar bij neer had gelegd dat die prijzen zo hoog zijn. In het tweede semester heb ik eindelijk wat native speakers van het Engels ontmoet die erg handig bleken als je even een woord niet wist. Die mensen hebben we in het eerste semester wel eens gemist 🙂 Ook heb ik in het tweede semester wat minder Duitsers ontmoet dan in het eerste, maar dat betekende gelukkig niet dat ze er helemaal niet waren. Wat ook wel opvallend was, was dat ik in het eerste semester heel veel mensen kende die daarna weg zouden gaan terwijl ik in het tweede semester voornamelijk mensen heb leren kennen die er in het eerste semester ook al waren (zoals Lucia en Martin) en weinig mensen die dat semester pas waren gekomen (behalve Nick en Thoby).

Volgens mij zijn veel van mijn verwachtingen uit de eerste blogs wel uitgekomen: het was een fantastisch jaar, ik heb vrienden gemaakt uit heel veel landen (en het belangrijkst voor mij, uit de landen waar ik de taal van sprak alhoewel ik vervolgens met hen bijna alleen maar Engels heb gesproken) en heb een behoorlijk aantal van mijn reiswensen kunnen vervullen: Stockholm, Kopenhagen, Helsinki, Preikestolen, binnen de poolcirkel… Het is allemaal uitgekomen. Ik heb niet het noorderlicht gezien, ben niet naar Bergen en IJsland geweest en heb van Kopenhagen minder gezien dan ik zou willen, maar dat betekent alleen maar dat ik nog een reden heb om een keer terug te komen (nouja, voor Bergen en het noorderlicht dan, die andere twee moeten maar een andere keer). 17 Mei heeft alle verwachtingen overtroffen en ik heb veel meer van het Noorse landschap kunnen genieten dan ik van tevoren had gedacht, deels omdat we zo’n geluk hadden met het weer en deels omdat ik meer gereisd heb dan ik dacht dat zou kunnen. Ik heb meer Noors geleerd dan ik ooit had durven dromen, dus die missie is ook geslaagd. Veel Noorse vrienden heb ik niet gekregen en ik zat denk ik meer in die internationale bubbel dan ik had gewild, maar daar heb ik me bij neer gelegd. Als ik nadenk over mijn studie in Amsterdam dan heb ik daar ook nog nooit een internationale student gezien, dus zo’n internationale bubbel zal overal wel bestaan. Toch is mijn jaar wel Noors genoeg geweest om te kunnen zeggen dat ik het niet ergens anders net zo had kunnen doen: ik heb leren skiën, ik ben naar een skiwedstrijd geweest, heb ongelofelijk veel pølser (worstjes) en vafler (wafels) gegeten en heb genoten van de lagere prijzen in Zweden. En de natuur die ik heb gezien, had ik nergens anders kunnen zien.

Buiten die studiepunten die ik gehaald heb was het ook nog een erg leerzaam jaar. Ik denk dat ik door om me heen te kijken heel veel over Noorwegen heb geleerd en heel praktisch gezien heb ik natuurlijk de taal geleerd. Maar dat was niet het enige. Ik heb stereotypes soms bevestigd zien worden, maar veel vaker keihard onderuit zien gaan. Ik heb Fransen ontmoet die alleen maar Engels wilden praten (en nee, écht geen Frans). Ze praatten zelfs Engels tegen elkaar. Ik heb een ontzettend zenuwachtige Spanjaard gezien. Ik heb Amerikanen ontmoet die niet dom en dik waren. Ik heb heel hard om al die Duitsers gelachen (geen humor? Echt niet!). Ik heb een Italiaanse ontmoet die zei dat ze niet kon koken en Brazilianen die níét uitkeken naar het WK. En ik heb best wel wat spontane gesprekjes gehad met Noren, zelfs in het OV. Ook over de rest van de wereld heb ik wat geleerd. Zo had ik verwacht dat Japanners beter Engels zouden spreken dan Chinezen (omdat Japan een westerser en opener land is dan China, dacht ik zo), maar niets bleek minder waar. Sterker nog, de Japanners die ik heb ontmoet spraken slechter Engels dan alle Fransen waarmee ik heb gesproken. Zoals jullie al eerder hebben kunnen lezen, weet ik nu beter wat het inhoudt om uit Europa of uit het Westen te komen en ik ben nog nooit zo blij geweest dat ik niet in China ben geboren. Naast al deze levenservaring heb ik nog wat vaardigheden opgedaan ook: zo heb nu voor het eerst op mezelf gewoond en ik denk dat ik kan zeggen dat dat goed gelukt is. Ik heb geen enkele keer zonder eten of wc-papier gezeten. Ik heb mijn eigen broek genaaid, zelf een wesp uit mijn kamer gejaagd en zelf al die reisjes gepland en geregeld.

Die laatste tijd bespreek je met veel mensen of je iets gemist hebt van dat andere thuis en of er iets is waar je naar uitkijkt. In mijn geval was dat vrij weinig. Ik had net mijn ouders en twee vriendinnen op bezoek gehad, dus keek er vooral naar uit om opa en oma’s weer te zien. Toch is het zo dat door skype, mail en whatsapp het eigenlijk niet lijkt alsof ze ‘ver weg’ zijn. Van Nederland zelf heb ik echt helemaal niks gemist. Als ik toch iets moet noemen zijn dat de prijzen (maar in onze gesprekken telden die niet, want dat sprak voor zich) en het feit dat de afstanden hier minder groot zijn. Het enige waar ik verder naar uit keek was dat ik even niet meer zelf hoefde te koken en wassen 🙂 Nu zijn er natuurlijk vooral de dingen die ik aan Oslo mis: het prachtige Sognsvann om te barbecueën of gewoon rond te lopen, het OV dat altijd gaat (treinborden op Schiphol dinsdag: +15, + 10, + 15, rijdt niet, + 15, rijdt niet), de universiteit die zijn zaakjes wél op orde heeft (en ook nog eens maar 8 minuten met de metro is), de nabijheid van de natuur maar ook de nabijheid van de grote stad, de rust, de lange dagen. Misschien mis ik zelfs wel al die hardlopende mensen met hun fraaie sportschoenen.

Het mag duidelijk zijn: ik zit tussen twee werelden in. Een grote wereld waarin de hele wereld binnen bereik ligt, waarin iedereen een interessant verhaal heeft en waar alles mogelijk lijkt. En dan is er die kleine wereld, waarin in een heel jaar eigenlijk niks veranderd is en waar voetbal het allerbelangrijkst is. Het maakt het terugkeren niet makkelijker als iedere krant, iedere tv-zender, iedere supermarkt en iedereen je constant vertelt dat je niet bent waar je eigenlijk wíl zijn. Dat voetbal kan me niet snel genoeg afgelopen zijn! En dan zijn er nog die goedbedoelde opmerkingen die je soms liever nét iets anders wil horen. ‘Wat fijn dat je weer thuis bent’. Goedbedoeld natuurlijk, maar ik ben net een heel jaar thuis geweest. Ik ben niet weer thuis. Sterker nog, het voelt soms juist alsof je een vreemde in een vertrouwde omgeving bent. Ik kon de speculaasjes in de keuken niet meer vinden, kreeg de buitendeur niet van het slot en wist niet meer dat ik pantoffels had. Alles is hetzelfde en toch is alles anders. Je bent een vreemde in je oude leven, gewoon omdat de persoon die terug is gekomen niet dezelfde is als de persoon die weg is gegaan hoewel dat misschien wel zo lijkt. Dat is dus die reverse cultural shock waar ik in één van mijn eerste blogs over schreef. Toen leek dat nog heel ver weg, maar inmiddels is het werkelijkheid. Het enige dat nodig is, is tijd om weer te integreren in je oude leven. Gelukkig heb ik tijd zat, want ik ben de enige die ik ken die al vakantie heeft. Zeeën van tijd dus, om mijn zomervakantie te plannen en om me voor te bereiden op een nieuw jaar in Amsterdam. Het laatste jaar, misschien, en anders in ieder geval het laatste jaar van mijn bachelor. ‘Het buitenland’ is me goed genoeg bevallen om te overwegen mijn master daar maar te doen, nu ik toch geen stufi meer krijg en eigenlijk is het buitenland veel minder eng en veel minder ver dan het lijkt. Genoeg om nog over na te denken dus!

Ik zal de blog maar afsluiten met een bedankje aan mijn trouwe lezers. Ik heb geen idee wie jullie zijn, maar ik heb deze week wel al gehoord dat mijn ouders en opa en oma niet de enige zijn die hem lezen dus het zijn vast meer mensen dan ik zelf dacht! Bedankt dat jullie mijn leven en verhalen interessant genoeg vonden om te volgen en dat de lange verhalen jullie niet afgeschrokken hebben. Als ik jullie een klein beetje heb kunnen laten mee maken van wat ik heb meegemaakt, dan is mijn missie geslaagd. Mijn Erasmusjaar was echt fantastisch, beter dan ik had kunnen dromen, dus als ik daar ook maar iets van over heb kunnen dragen aan jullie, dan is het de moeite van het schrijven waard geweest. En ik heb nu een heel boekwerk om ooit nog eens na te lezen 🙂

Hilsen,

Marloes

under: Geen categorie

Farewell

Posted by: | 10 juni 2014 | 1 Comment |

Hello everybody!

So… This will be my first and probably last blog in English. First I wanted to write a big post on Facebook to thank all those people that made this year a huge success for me, but then I decided it was maybe a better idea to write a blog to all of you. To all those amazing people that I met in Oslo: friends, good friends, very good friends, classmates, flatmates and people that you just happen to see at different places every time. You all made Oslo feel like home to me. Home turned out to be a feeling, not a place, and feelings are so often determined by the people around you. A room becomes home with flatmates. A university becomes school with the right classmates. A city becomes your city when you can randomly bump into people everywhere and all the time. And lastly, Erasmus becomes Erasmus when you know the right people to party with, when you meet people that turn into friends and when you have people to make all your travels with.

The first semester, on the very first day, I met this Italian girl. Even though we had a nice talk, Lucia, we never saw each other again until the second semester when I suddenly saw you everywhere and we became friends. I’m so happy that we both stayed half a year longer! That same day a trip to IKEA had to be made. Little idea I had that those people who joined me would become my Buddygroup 2.1. For the whole first semester I’ve had the best dinners with Evelyn, Svenja, Zuzana and Marcus and with you I also made amazing trips those first few months. First to Copenhagen and then later to Lom with Evelyn, to Stavanger and in the end to Tromsø. All of these were ‘best ofs’ of the first semester! Then there was this classmate from Amsterdam, Marit. Even though you didn’t remember, I remember very well that we met during that introduction weekend in 2011 and, when we found out that we both had fallen in love with Norway, agreed that we would go together to Norway in the third year. Two years later, we did it! And you were upgraded from a classmate to a friend. If you ask me, our ‘best ofs’ were our trip to Stockholm and the 17th of May. And maybe the fact that you helped me learning Norwegian 🙂 Then there were these other people in the first semester: Tim, my patient German teacher who didn’t give up on my German skills when I did. Steve, who didn’t kill me for making him look like a dragqueen during a Halloween party. Rosa, who brightened up every Norwegian language course (no one else has made me laugh so hard at ‘en gammel bil’ as you). And finally those people that just showed up everywhere: Luis, Bernhard, Pascal (so happy to have seen you again in May!), Eva…

The second semester started off with a new friend: Thoby, sleighing at Frognerseteren apparently creates a certain bond that lasts for the rest of the semester and who knows how much longer? And then there was this party where I met two American guys who seemed to know it all about Europe. Even though you don’t remember Nick, you impressed me that evening and another prejudice was scattered. Luckily we got a second chance in Åland and Finland (thank your mother for teaching you Finnish!) and we even made it to the status of Facebook-friends! I couldn’t be more grateful, I think you will be an amazing lattepapa!  Later, a lot later, someone showed up who learnt me that even when you’re not actively looking to meet new people any more, it can still be worth it. Martin, even though talking for the first time at a Syria-seminar might seem a doubtful start, I’m very glad to have spent those last couple of weeks with you! Last-minute friends can turn out to feel as if they have been there the whole year, a good lesson to learn. And also in the second semester there were these other people: Juliana, a classmate to see outside the Norwegian courses as well. Raoul, who gave us so many things to see in Tallinn. Elise, who makes the best powerpoints ever and later helped me out during the Election Night where I didn’t know anyone. Lastly there were again those people that seemed to be often at the same place as me: Elisa (classmate with common friends), Doris, Rikke and Thor.

I guess I have to devote a slightly longer part about the people who have been there in both semesters. First of all my amazing flatmates: Eranda, Chang, Minori, Dipankar, Hong (and Jocelyn for two months!), and the two Ana’s. I admire all of your cooking skills and our flatdinners were not only delicious and cosy, we also agreed that none of us ever had to clean the kitchen alone. If the whole world could cooperate as well as we did, it would be a peaceful place! Thanks for your amazing food, your company and your interesting lives. Thanks to you the world has become bigger and yet smaller as well. Then there were also some classmates who first made me happy in Tove’s course and later made Bård’s courses even better. Daniel (I’m sure that big book provided you with some amazing muscles 😉 ), Monika (I would go to your concerts!), Julia, Jessica and last but certainly not least Borja. Borja, I don’t know how you do it, but you always make me happy. Maybe it’s because you are always happy (except for that oral presentation in the first semester, I still feel sorry for you when I think about how nervous you were) or maybe it’s because you have made some of the most delicious tortillas de patata I have ever had. I’m not sure if my Norwegian skills would have been the way they are now if I would not have had my language partner Øyvind. Actually, I’m pretty sure they would not have been the same. Not only did you help me to get two A’s for my oral exams, I also genuinely enjoyed our conversations, whether they were about the EU or not, and you taught me a lot about Norway and Oslo as well. Even though I don’t speak Flemish, I hope I have done the same for you!

Lastly there are the people who have made it to the category of best friends in Oslo and hopefully a lot longer than this year alone. First of all Marcus, although I already mentioned you and our memorable first meeting on our way to IKEA. I’m very happy that you decided to stay for another semester and even though the dinners we had were not of the same quality as Svenja’s ones in the first semester, I still liked them a lot. We did too much to mention it all, but especially the Worldcup Skiing and of course our trip to Trolltunga must be written down here. It’s incredible how you changed from the guy who walked up Preikestolen in his normal shoes into someone who likes hiking a lot and still smiled when we reached Trolltunga after 5,5 hours. Thanks for your amazing pictures and of course your amazing company, waiting three hours at the legevakt is no problem having you around! And then there are those two French girls who are always mentioned together. Cécile and Pauline. Pauline and Cécile. You deserve to be written about separately, but first I have to say that you two have done more for France’s reputation than anyone else before you. I will tell everyone I meet about the two French girls who refused to speak French to me and even spoke English when they were together. Cécile, I have written about our goodbye that it was worth an Oscar. You were the first to leave and it hit me hard. In 9 or 10 months you have grown from ‘the girl I shared a cabin with in Lom’ to one of the best friends I met here. I don’t care that I lost our birthday-challenge, because you deserved to win and I’m glad you did 🙂 I can’t even remember all the other things we did, but of course our trip to Finland and Estonia was one of the best things. Pauline, our goodbye was a lot easier. Not because I’m not going to miss you of course, I think it is because we both didn’t want to think about it being a goodbye for a longer time than maybe two weeks. You were always in for some crazy adventure: climbing on the roof of Åland’s parliament, sneaking in as a ‘visiting friend’ in our hotel in Tallinn and staying the whole night, hitchhiking in fjord-Norway and meeting up with me and my cousin in our cabin and picking up the Ruter cards that Cécile and soon I left for you. Cécile and Pauline, I think you were always mentioned together because everybody knew you. It’s very special how you seemed to like everybody and how everybody seemed to like you. Many people can learn from that, I think. I’m very happy that you were my friends and I really hope that we will make this tour through Germany this summer. It would be again one of those spontaneous ideas that maybe seemed crazy at first but that might come true. If so, I’m already looking forward!

So this was it. A year has passed and so much has happened. All good things come to an end, they say, we can only try to let them continue when we are all back in our first life. Thanks to all of you and so many other people, this second life has been amazing and I can leave it now with not only all my stuff but another backpack full of memories, stories to tell, pictures, lessons and friendships. I think Erasmus’ mission has officially been accomplished. Tusen takk for det!

Marloes

under: Geen categorie

Hei alle sammen!

De blogs volgen elkaar nu wel erg snel op, maar ik zal jullie er niet vaak meer mee lastig vallen. Ik ben net thuis gekomen van mijn allerlaatste tripje vanuit Oslo en straks vanuit Vlaardingen is er weinig om over te schrijven. Voordat ik drie dagen naar Gøteborg ging, heb ik nog een laatste diner met Marcus gehad (die donderdag naar Bonn is vertrokken voor zijn stage) en ben ik woensdagochtend nog met hem en Martin naar Vettakollen, een uitkijkpunt in het westen van Oslo, geweest. Daarna besloten we terug te lopen naar Sognsvann, wat ons uiteindelijk ook is gelukt, maar niet helemaal zoals we gehoopt hadden. Alledrie hadden we onze bergschoenen al opgestuurd, maar we hadden niet zo’n rekening gehouden met het feit dat het die nacht geregend had en we dus door de modder moesten. Die schoenen moeten dus even onder handen genomen worden met een borsteltje 🙂

Woensdagavond vertrok ik dus met de trein naar Gøteborg, een rit van 4 uur die eigenlijk niet zo lang is vergeleken met de busreis naar Odda maar die toch heel lang is als blijkt dat je niks te doen hebt, omdat alles wat je hebt meegenomen niet werkt (tja, technologie is nooit mijn beste vriend geweest, zullen we maar zeggen). In Gøteborg zou ik Sofia zien, die ik alweer twee jaar geleden voor het laatst gezien heb. Het klinkt misschien gek om minder dan een week voor mijn vertrek uit Noorwegen naar Zweden te gaan, maar eigenlijk is de cirkel zo wel rond. Ik heb (bijna) alles gedaan wat ik wilde doen en Sofia is, zoals ik in mijn vorige blog al schreef, het beste voorbeeld dat ik me kan indenken van een vriendschap over grenzen die het toch al bijna 8 jaar volhoudt. Die bevestiging was belangrijk na het afscheid van Cécile, Pauline en Marcus. Daarnaast was een reisje naar Zweden de perfecte manier om mijn Noors te verpesten. Mijn voornemen was zoveel mogelijk Noors te praten en te zien waar het schip zou stranden. Het was de ultieme test om te zien hoe veel ik geleerd had dit jaar en natuurlijk een fantastische uitdaging, omdat ik natuurlijk geen Noorse antwoorden zou krijgen. Hoewel het de eerste dag vrij vermoeiend was en we om die reden af en toe eventjes naar Engels switchten, heb ik toch het overgrote gedeelte van de tijd Noors kunnen praten. Dat ik dat kon doen en dat ik Sofia en haar tante meestal goed begreep, voelde als een enorme overwinning. Haar oom begreep ik niets van, maarja die komt uit Chili. Zweeds met een Spaans accent is overduidelijk niet mijn specialiteit 🙂

De eerste dag hebben we rondgedwaald in het centrum van Gøteborg. Precies twee jaar geleden ben ik er ook geweest, dus sightseeing was niet echt meer nodig. Toen vroeg ik me af waarom er in hemelsnaam overal Deense vlaggen hingen. Inmiddels weet ik dat het op 5 juni de Deense nationale feestdag is en dat ze dat dan doen (waarom ben ik nog steeds niet helemaal achter). Ook waren er weer de Zweedse eindexamenleerlingen die uitbundig vierden dat ze klaar waren met school. De Noorse zijn net klaar met partyen, maar de Zweden begonnen dus pas 🙂 Vorige keer, toen ik in Zweden was voor Sofia haar diplomauitreiking, was het al leuk om te zien en dat was het nu nog steeds. Ik denk dat dit, net zoals in Noorwegen, de enige keer in hun leven is dat ze zo ongestraft zo gek mogen doen. In beide landen wordt daar goed gebruik van gemaakt, dat kan ik je verzekeren! We hebben onze ogen uitgekeken 🙂 De volgende dag moesten we vroeg op want we gingen met de boot naar Denemarken, samen met Sofia’s oom en tante. 6 juni is de Zweedse nationale feestdag, maar dat wordt dus eigenlijk helemaal niet gevierd en dus maken veel Zweden van de vrije dag gebruik door naar Denemarken te gaan voor goedkoop bier en dat soort dingen. Het was een bruise cruise eerste klas, precies zoals de boot van Helsinki naar Tallinn. Na drie uur sta je in Fredrikshavn en vanaf daar zijn we met de trein naar Skagen gegaan. Na het verstaan van Zweeds, wat me dus beter af ging dan ik zelf had gedacht, was Deens uitdaging nummer 2. Ik versta al meer dan alleen de klinkers en die ik eerst hoorde, maar toch word ik nog teveel afgeleid door die gekke klanken die ze uit hun keel weten te krijgen om me te kunnen concentreren op wat ze nou misschien zouden kunnen zeggen. Ik was bijvoorbeeld al hartstikke blij toen ik begreep dat een man vroeg of we ergens heen gingen, maar uit zijn ‘Skeejn’ kon ik toch echt geen Skagen afleiden, haha! Het was enorm slecht weer en vanuit de trein zag Denemarken er eigenlijk precies zo uit als ik me Nederland herinner: plat met gras. In Skagen, wat een enorm leuk dorp bleek te zijn met allemaal gele huizen, ontmoetten we een oude schoolvriendin van Sofia die daar werkt in de visfabriek. Grappig genoeg ruikt ook het hele dorp naar vis. We hebben er rondgelopen en zijn wat winkeltjes in gegaan en zeker na de lunch (Swedish style, dus enorm en warm en bij voorkeur in een restaurant) was dat erg leuk, omdat toen de zon even van zich liet horen. Tijdens de treinreis terug naar Fredrikshavn konden we wat meer van het landschap zien, doordat het weer dus beter was geworden, en toen bleek dat het landschap toch minder Nederlands was dan ik in eerste instantie dacht. Hoewel het ook plat is, staan er minder huizen en meer bomen en bleek het gras meer een soort hei te zijn. Al met al zag het er eigenlijk best aardig uit, maar tegelijkertijd was het ook vreemd me te bedenken dat ik zes dagen eerder nog op Trolltunga stond. Terug in Gøteborg hebben we nog een klein avontuur beleefd. In het OV in Gøteborg moet je na 12 uur meer betalen voor een ticket en onze boot kwam met iets vertraging aan, waardoor het maar de vraag was of we het op tijd zouden halen. We hebben gerend en toen kwam er als een wonder heel snel een tram aan. Sofia heeft op topsnelheid kaartjes gekocht met haar creditcard en uiteindelijk hadden we op 8 en 3 seconden voor 12 onze kaartjes. Hoewel het eigenlijk om iets heel benulligs ging, was het toch heel spannend en de euforie was vergelijkbaar met het winnen van een belangrijke sportwedstrijd ofzo. Of die A die ik voor mijn EU-tentamen had! Vanochtend vertrok Sofia al vroeg met de bus en heb ik mijn laatste uren in Gøteborg doorgebracht met de scoutingvriend die ik vorige keer bezocht. Met hem heb ik alleen maar Noors gepraat en aan het eind realiseerde ik me dat dat eigenlijk net zo makkelijk ging als Frans toen ik in Frankrijk was en het Engels dat ik dit jaar met mijn internationale vrienden sprak. Er zullen ongetwijfeld meer fouten in gezeten hebben, maar naar woorden zoeken moet je in het Frans en Engels toch ook. En het feit dat ik hem of Sofia niet altijd begreep, zegt ook niet heel veel want zij begrepen mij ook niet altijd. Noors en Zweeds lijken dan wel op elkaar, de vocabulaire is soms best anders en dan kan het altijd gebeuren dat je even moet vragen wat dit woord betekent. Het feit dat zij dat ook aan mij moesten vragen, bezorgde me stiekem best een goed gevoel!

Zo eindigde mijn jaar in Noorwegen dus met een bezoek aan de broedervolken (zoals ze dat zo mooi noemen) in het oosten en het zuiden. Mijn leraar Noors had gelijk toen hij zei dat we eigenlijk drie talen voor de prijs van één kregen en ik heb een andere kant gezien van het leven van een Noor in het buitenland: niet alleen waren de prijzen een feestje, ook kon ik dus Zweden verstaan en zag geschreven Deens er wel érg vertrouwd uit na anderhalve dag van Zweedse woorden om me heen. Van een ober in Gøteborg kreeg ik het grootste compliment dat ik me had kunnen voorstellen: hij vroeg me waar in Noorwegen ik precies vandaan kwam! Een grotere beloning voor het leren en werken, had ik me niet kunnen wensen!

Mijn moeder vroeg voor de hoeveelste keer ik dit jaar mijn tas pakte, toen ik aan het inpakken was voor dit laatste minitripje. Als je mijn ‘vakantie’ in Nederland met kerst mee telt, was dat de tiende keer. Daar schrok ik zelf wel een beetje van, maar tegelijkertijd ben ik heel blij dat ik het me allemaal heb kunnen veroorloven en dat ik zoveel heb kunnen zien dit jaar. Iedere keer voelde aankomen in Oslo meer als thuiskomen en ik ben ontzettend blij dat Oslo zo’n echt thuis heeft kunnen zijn. Daarom was het ook zo vreemd om de terminal naar Oslo voorbij te lopen in Fredrikshavn en op de boot naar Gøteborg te stappen. Van tevoren wist ik niet zeker of je je wel zo thuis zou kunnen voelen als je ergens maar tien maanden bent en vanaf het begin weet dat je er ook weer weggaat. Toch is er weer een uitwisselingscliché waar: een uitwisseling is geen jaar in je leven, maar een leven in een jaar. Een leven met zijn eigen thuis, zijn eigen school, zijn eigen vrienden en zijn eigen vakanties. In die zin zal het inpakken en weggaan hier straks heel erg lijken op het inpakken en vertrekken in augustus vorig jaar, met één belangrijk verschil: nu heb ik geen idee wanneer ik weer ‘thuis’ zal komen.

Vi ses snart! / Tot snel!

Marloes

under: Geen categorie

Hei alle sammen!

Alweer een blog, want de avonturen blijven zich opstapelen. Daarnaast is het afscheid nemen ook begonnen, dus die laatste weken die inmiddels dagen geworden zijn zitten vol genoeg om me niet te hoeven vervelen. Maandagavond heb ik nog een gezellige avond gehad met Cécile, Pauline, Nick en Martin (een last-minute Duitse vriend). Cécile is de dag erna naar Frankrijk vertrokken en dus moesten we er nog even wat van maken. De avond zelf was natuurlijk gezellig, zo’n afscheid is toch minder. Stonden we daar, bij het metrostation, en dan moet je gedag zeggen. Het viel niet mee en ik denk dat het een Oscar-waardig afscheid was. Het afscheid van Evelyn in december was zwaar, maar eigenlijk was dit nog veel moeilijker. Cécile is er eigenlijk het hele jaar geweest en zeker het tweede semester waren zij en ik toch twee van drie, samen met Pauline. Om zo’n afscheid iets draaglijker te maken, bedenk je je dan dat je elkaar vast snel weer ziet en dat Frankrijk eigenlijk helemaal niet zo ver is, maar op het moment zelf heb je daar eigenlijk niet zoveel aan. Het was precies zoals iemand het op Facebook beschreef: wat begon met een simpel hallo, eindigt met een moeilijk afscheid. Zo is het dus maar net. Wie had gedacht dat de Cécile en Pauline waar Tim het over had voordat we op Friluftstreffet gingen, zo’n hoofdrol in mijn Erasmusjaar zouden gaan spelen?

Dinsdag ben ik met dezelfde last-minute Martin gaan klimmen in een klimhal ergens in Oslo. Weer zo’n wild idee dat dan uiteindelijk gewoon tot uitvoering komt. Helaas mochten we niet met de klimgordels omdat we allebei niet goed genoeg meer wisten hoe dat moest, maar we hebben ons zonder ook prima vermaakt. Zo zie je maar weer, met goed gezelschap maakt het eigenlijk niet uit wat je doet. Donderdag was het nog steeds prachtig weer (het mooiste weer in Europa, dat moet toch nog even gezegd worden) en dus ben ik met Pauline en Lucia wat gaan drinken op het terras van het restaurant waar Pauline deze zomer gaat werken. Hoewel zij allebei nog een tijdje in Oslo zijn, was dit toch de laatste keer dat we elkaar konden zien. Lucia gaat namelijk twee weken terug naar Italië voor ze hier weer heen komt voor de summer school en Pauline gaat met haar ouders op vakantie naar Lofoten en als ze terugkomen ben ik weg. Met uitzicht op het Oslo-fjord en Aker Brygge hebben we nog even kunnen filosoferen over dit jaar. We hebben geconcludeerd dat we allemaal eigenlijk erg veranderd zijn. We maken makkelijker contact met vreemden, voelen ons zekerder van onszelf en zijn een stuk avontuurlijker geworden. En onze wereld is een stuk groter en tegelijkertijd een stuk kleiner geworden. We kennen nu mensen van over de hele wereld, dus onze horizon is nu veel breder. Tegelijkertijd is die wereld een stuk meer binnen bereik. Vorig jaar had ik echt niet gezegd dat Frankrijk eigenlijk hartstikke dichtbij is. Nu wel. Vrienden in Frankrijk, Italië, Duitsland, Noorwegen of Zweden? Die kan ik nu best voor een weekend opzoeken. Vorig jaar had ik dat waarschijnlijk de moeite niet waard gevonden. Afscheid nemen van Pauline en Lucia was ook niet makkelijk, maar het ging beter dan met Cécile. Misschien omdat ik dat al gehad had, of misschien omdat ik mezelf nu zo heb ingeprent dat ik ze toch wel weer zie dat het eigenlijk maar een tijdelijk afscheid lijkt. Of misschien wel omdat ik me écht niet voor kan stellen dat het voorbij is en het lijkt alsof ik ze volgende week weer op een feestje tegenkom.

Het afscheid werd afgewisseld met een begroeting. Mijn eerste en laatste bezoeker kwam: Bobby heeft in augustus Oslo met mij ontdekt en kwam nu nog eventjes langs, waarschijnlijk om van het tropische weer te genieten :). Vrijdagochtend vertrokken we met Marcus naar Odda, een plaatsje in het westen van het land, niet ver bij Norheimsund vandaan waar ik met Sarah was. De bustocht duurde 7,5 uur, maar het was het dubbel en dwars waard. Vanuit de bus zagen we al de prachtigste landschappen voorbij komen en Odda zelf was niet alleen de eindbestemming maar ook het hoogtepunt. Odda ligt tussen twee fjorden in en door het dorp loopt een woeste rivier waardoor het water van het ene naar het andere fjord loopt. De reis begon trouwens wel leuk: we kwamen met de bus langs de IKEA waar ik Marcus heb leren kennen op dag 1. Toeval of niet? Die avond zijn we niet al te laat naar bed gegaan, want de volgende dag stond het grootste avontuur sinds Preikestolen op het programma: Trolltunga.

Letterlijk betekent Trolltunga ‘de trollentong’ en het is een van de beroemdste en coolste wandelplekken van Noorwegen (en Europa, en de wereld). Marcus wilde hier ongelofelijk graag heen en het was dus prachtig te combineren met Bobby’s bezoek, zodat ze wat meer van Noorwegen kon zien dan alleen Oslo (want, honestly, als je alleen Oslo hebt gezien, heb je eigenlijk het minst interessante deel van het land gezien). Toen Marcus ook nog eens vertelde dat het de nummer 1 plek ter wereld was om een selfie te maken, konden we natuurlijk geen nee meer zeggen. Vanuit Odda moesten we met de taxi via Tyssedal naar Skjeggedal (we waren nog buiten het seizoen, dus er gingen nog geen bussen). Daar begon de 10 uur durende wandeling. En het was een spectaculair begin. We moesten een trap op die Nick al had beschreven als ‘eindeloos’ en waarvan Borja gezegd had dat alleen gekken hem namen (hijzelf had het slingerende paadje genomen). De trap was 1,7 km lang en ging 500 meter omhoog. Dat zijn dus zo’n 3 Eiffeltorens die je op moet lopen. Het was echt waanzinnig zwaar, maar we hadden besloten de tijd te nemen vanwege Bobby haar knieproblemen en we hebben er dus een uur over gedaan. Toch had ik het idee dat dat niet eens heel langzaam was, er waren niet veel mensen die het sneller deden dan wij. Een uur traplopen: de stairways to heaven werden al snel de stairways from hell. Eenmaal boven gekomen hadden we dus pas 2 van de 11 kilometer gehad. Daarom zijn we ook redelijk snel weer doorgelopen. Na een vrij makkelijk stukje kwamen we daarna bij een andere uitdaging: nog een stuk klimmen. Geen trappen dit keer, wel een hele hoop sneeuw. Omdat het seizoen dus nog niet begonnen is, had het zo kunnen zijn dat we deze wandeling nog niet hadden kunnen doen. Gelukkig kon het wel, maar er lag dus nog steeds enorm veel sneeuw. Ik denk dat we de helft van de wandeling in de sneeuw gelopen hebben. Dan was er nog een groot stuk modder en een groot stuk trap. Al met al viel het dus niet mee. De sneeuw vertraagt best wel. Het lopen is moeilijker en zwaarder en je glijdt snel uit. Toch hebben we, ondanks dat het écht zwaar was, kunnen genieten van het uitzicht. Bergen, sneeuw, water en ondertussen prachtig weer. Natuurlijk heb ik me een aantal keer ingesmeerd, maar die avond bleek dat dat niet overal even goed had geholpen. De wandeling leek wel eindeloos en toen we dachten er bijna te zijn, verscheen er een bordje dat we nog drie kilometer moesten. Maar tanden op elkaar en doorlopen, zo zijn we er na 5,5 uur toch gekomen. Heel even leek het op een grote teleurstelling uit te draaien (wat ik zag was een mini-Preikestolen en niet de tong die ik kende van de coole foto’s), maar toen ik eenmaal op 10 meter afstand stond, zag ik dan toch de tong zelf. De wandeling bleek toch de moeite waard, want het was écht prachtig. Er waren behoorlijk wat mensen, maar iedereen wachtte keurig op zijn beurt zodat iedereen zijn eigen fantastische foto’s kon maken en het uiteindelijk op iedere foto lijkt alsof je helemaal alleen op de wereld bent. Na 11 kilometer en 5,5 uur voelt het dan toch best alsof je op het dak van de wereld bent. En natuurlijk moesten er selfies gemaakt worden, gewoon omdat het kan. Ik denk dat het een understatement is als ik zeg dat we trots op onszelf waren 🙂

Vol goede moed en vol van mooie herinneringen en prachtige foto’s begonnen we aan de wandeling terug. Weer 11 kilometer. Hoewel het iets makkelijker is om te dalen in plaats van te stijgen, is dalen in de sneeuw minder. Je kunt natuurlijk sleeën, maar de sneeuw was zo aan het smelten dat je niet helemaal zeker wist wat er overal onder de sneeuw zat. Het veiligst was dus om de sporen van anderen te volgen en even later het paadje over de rotsen te volgen. Dat viel echter ook niet echt mee, want dat zat dan weer vol met stenen en het was zwaarder voor Bobby haar knieën. Toch ging het allemaal sneller dan op de heenweg en na vier uur stonden we weer bovenaan die fijne trap. Moe en verbrand besloot ik mezelf nog één keer op te laden en zo snel mogelijk die trap af te lopen. Ik wilde uit de zon en ik wilde er klaar mee zijn. We besloten allemaal ons eigen tempo te volgen (Marcus en Bobby vonden de trap af ook een stuk enger dan de trap op) en toen heb ik mezelf een half uur gegeven om beneden te komen. Ik had ook het volledige halve uur nodig, en dat terwijl ik alleen gestopt ben om mensen die naar boven gingen erlangs te laten. Op één zo’n moment gebeurde er iets geks: de hele trap begon te schudden. Ik schrok wel even, maar kwam er al snel achter dat dat kwam door mijn linkerbeen dat aan het trillen was. Het was echt maf, ik had er totaal geen controle over. Uiteindelijk was ik iets voor 8 uur beneden en Marcus en Bobby volgden 10 en 20 minuutjes later. We zijn in totaal dus 11 uur op die berg geweest, waarvan we 10 uur hebben gelopen en 1 uur daadwerkelijk bij Trolltunga geweest zijn. Eenmaal terug in Odda (met een lege portemonnee door die taxi) hebben we bij de Noorse variant van de snackbar gegeten. Dat hadden we wel verdiend. Daarna moesten we nog omhoog door het dorp lopen naar het hostel, dat kon er ook nog wel even bij 🙂

Je kunt wel raden hoe we er de volgende dag bij liepen, alsof we zo’n 60 jaar ouder waren dan we zijn. Toch hebben we het in ons hoofd gehaald om nog een stukje te lopen om het andere fjord beter te zien. Dat was zeker de moeite waard en gelukkig was het gewoon plat 🙂 Daarna moesten we met onze bagage richting het busstation en kon de terugreis beginnen. Die duurde iets korter dan de heenreis, maar nog steeds 7 uur. En op de één of andere manier lijkt een terugreis altijd zoveel langer dan de heenreis. Uiteindelijk kwamen we om 10 uur helemaal gaar aan in Oslo. Omdat ze dit weekend gewerkt hebben aan het metrospoor moesten we ook nog eens een omweg terug naar Kringsjå maken, dus moe en voldaan waren we zeker toen we weer thuis waren. De tweede dag met spierpijn is altijd het ergst, zeggen ze, maar ik moet zeggen dat ik er vandaag nog redelijk bij liep, tenminste, als je bedenkt dat we een bergwandeling van 22 kilometer gedaan hebben. Ik wilde nog graag naar het Munch-museum en gelukkig wilde Bobby wel mee. Het is vandaag weer heel warm, dus het was ook wel fijn om even binnen te zijn. Mijn huid kan de zon echt even niet meer aan haha. De verbrandingen van zaterdag zijn de pijnlijkste sinds ik een middag in Parijs op een bankje heb zitten lezen en daarna niet meer kon lopen van de pijn, dus het was wel even goed om de zon te vermijden. Het Munch-museum had een nieuwe tentoonstelling over Munch en de natuur, wat een interessante invalshoek was. De beveiliging leek wel op die van een vliegveld, dus ik denk dat de Schreeuw niet nog een keer gestolen zal worden. Zelfs het parlement is slechter beveiligd hier haha! Daarna hebben we uitgebreid en duur geluncht, want ik moet nu van mijn Noorse kronen af (en de 900 kronen die Eva voor ons had achtergelaten waren we vergeten mee te nemen naar Odda, dus nu heb ik er nog meer…). En zeg nu zelf, dit weer en het feit dat we toch maar mooi bij Trolltunga geweest zijn is genoeg om te lunchen met aardbeien, croissantjes en een ijsje, toch?

Nu is dus officieel mijn laatste bezoeker hier weg en moet ik me zelf klaar gaan maken om weg te gaan. Ik heb Bobby nog één tas met bagage mee gegeven en verder staan er wat laatste ontmoetingen gepland. Zo moet ik Thoby natuurlijk nog een keer zien en moet ik ook nog even bij Borja langs (die hier overigens volgend jaar blijft, dus ik heb wel een logeeradresje!). Marcus vertrekt donderdag en als ik dan zaterdag terugkom uit Göteborg heb ik hier officieel bijna niemand meer. Het is dus maar goed dat ik nog even naar Zweden ga waar Sofia me eraan kan helpen herinneren hoe goed het mogelijk is om vriendschappen op afstand te onderhouden. Daar is zij namelijk het levende bewijs van! Ik denk dat het ook goed is dat ik daarna snel zelf weg ga. Oslo is niet hetzelfde zonder Cécile, Pauline, Marcus en al die anderen. Zo blijven in ieder geval alle mooie herinneringen, want dat het bijna afgelopen is, valt nu echt niet meer te ontkennen.

Hilsen,

Marloes

under: Geen categorie

Older Posts »

Categories